Reageren uitgeschakeld
Opgeslagen onder Welkom
Helderziendheid in ruimte en tijd – Gijsbert van der Zeeuw
De schrijver
Gijsbert de Zeeuw (1912-1981) kwam oorspronkelijk uit de drukkerswereld. Al vroeg kwam hij er achter dat hij gaven had op het gebied van de psychometrie. Vanaf 1947 was hij ‘beroeps.’ Voorts schreef hij een aantal boeken van wie er drie in de bibliotheek zijn opgenomen.
Een van de in het oog springende feiten is dat hij (en daarmee staat hij op één lijn met Jozef Rulof) naarmate zijn inzichten vorderden, steeds meer afstand nam van de kerk, maar… niet van het geloof. Hij was een sterk voorstander van samenwerking tussen de wetenschap en het geloof (lees o.a. psychometristen).
Zijn boeken ademen gedrevenheid, kennis maar ook bescheidenheid. Hij zal niet beweren dat iets door hem is bewerkstelligd. In tegendeel: als hij met succes iemand heeft kunnen helpen, dan is dat altijd met en door de hulp van geesten die boven hem staan.Zijn integriteit wordt nog eens bevestigd door het feit dat hij sinds het begin van de zeventiger jaren weer terugkeerde naar de drukkerij omdat hij zich niet goed voelde bij het psychometreren als beroep.
Wat krijgen we in dit boek allemaal voorgeschoteld?
De schrijver neemt ons mee op een spannende zoektocht door… onszelf en de ons omringende spirituele wereld. Hij vertelt wat hij in zijn praktijk aan situaties is tegengekomen en hoe hij deze met vallen en opstaan leerde herkennen en beheersen. Ook gaat hij uitgebreid in op de fenomenale krachten die de spirituele wereld beheersen, hoe ze werken en hoe het komt dat hij daardoor bepaalde zaken kan waarnemen. De belangrijkste vraag (naar mijn smaak): zetelt het geheugen wel als orgaan in de mens, of juist daar buiten? wordt door hem uitgebreid behandeld en… beantwoord.
Het is niet doenlijk in kort bestek alles te beschrijven. Bovendien moet u zich ook een beetje door het boek laten verrassen. Hieronder dus alleen wat aspecten uit de eerste zes hoofdstukken. Daar ligt het zwaartepunt.
Consultant versus psychometrist. Hoe werkt het?
Gedurende zijn leven beleeft de mens zijn gebeurtenissen via de zintuigen. Hij trekt zijn conclusies en bewaart deze in zijn geheugen of in zijn onderbewustzijn. Naarmate zijn leven vordert groeit dat aantal gebeurtenissen zodat de mens steeds meer ervaren wordt. De gebeurtenissen laten zich vertalen in elektrische ladingen of stralingsvelden die liggen op verschillende golflengten (trillingen). Het geheugen is in staat deze trillingen vast te houden en ze, indien nodig naar het bewuste denken te zenden. De psychometrist kan zich op dit geheugen afstemmen. Deze afstemming gaat gemakkelijker naarmate hij bepaalde zaken zelf ook beleefd heeft. Hij zit dan op dezelfde golflengte. Is er sprake van een afstemming tussen het geheugen van de psychometrist en dat van de consultant, dan spreekt men van een ik-verbinding waarbij de psychometrist de herinnering beleeft als was deze van hemzelf. Zijn geheugen krijgt daardoor een enorme verbreding. Daarbij moet hij er voor oppassen dat hij op tijd weer loskomt van de andere ik. Een te sterke binding zou betekenen dat hij de gevoelens van de ander dan te veel overneemt. Er zou zelfs een persoonsverwisseling kunnen plaatsvinden. De psychometrist vangt overigens niet alleen de bewust beleefde- maar ook onbewust beleefde gebeurtenissen op. De consultant zal deze dan niet altijd meteen herkennen.
Werkelijk beleefde gebeurtenissen doen zich voor als scherpe filmbeelden. Dingen die niet echt gebeurd zijn (denk aan angsten) manifesteren zich als beeldloze gedachten. Toch hebben zich deze gedachten zich ergens gemanifesteerd want anders zou de psychometrist ze niet kunnen opvangen.
Het contact tussen psychometrist en consultant kan ook op afstand plaatsvinden
Waar zetelt het geheugen?
Lange tijd heeft de schrijver zich afgevraagd: als ik in verbinding ben, met wie of wat ben ik dan in verbinding. Is het de inductor (de foto, de ring etc), is het de consultant? Of is het iets anders?
Aan de hand van een aantal gevallen (waarin hij dingen ziet waarvan de consultant met geen mogelijkheid van kan weten) concludeert hij dat de inductor de capaciteit heeft om een gebeurtenis met een zekere emotionele inslag, op te slaan. De psychometrist die de inductor in handen krijgt vangt deze gebeurtenis op. Deze ontrolt zich voor hem in een flits. Het lijkt nog het meest op een snelle film.
Een voorbeeld uit het verre verleden.
Een man heeft een steen opgeraapt op vakantie in Egypte. De Zeeuw houdt de steen vast. In een flits ziet hij beelden uit de oudheid. Hij is IN een slavendrijver. Vervolgens ontwikkeld zich een situatie.
De Zeeuw concludeert hier:
De consultant kan dit nooit geweten hebben. Hij heeft alleen een steen opgeraapt. Kennelijk is het verhaal dus als het ware in de steen opgeslagen en daar bewaard. Door de steen vast te pakken krijgt hij een hedenverbinding met de (allang dode) slavendrijver. Maar staat hij nu in verbinding met het geheugen van de steen of van die slavendrijver?
Verder redenerend concludeert hij dat herinneringen niet gebonden kunnen zijn aan een bepaald orgaan in het lichaam van een leven mens, maar dat de gebeurtenissen zich afdrukken buiten de mens en/of het voorwerp, in een bepaalde materie die lange tijd in stand blijft. De gebeurtenis wordt, zo lijkt het, vastgelegd in een onzichtbare materie die op zichzelf bestaat. Z. noemt dit het etherisch-dubbel.
De psychometrist en de vrije wil
Niet alleen het verleden maar ook de toekomst is zichtbaar voor de psychometrist. Maar als alles al vastligt, heeft de mens dan nog wel een vrije wil? Het antwoord is (gelukkig): ja.
Het leven is als een snelweg van A (geboorte) naar B (dood). Daartussen in doet de mens vele steden aan die hij van te voren niet kent. Bepaalde steden zijn vooraf bepaald. Die moet hij hoe dan ook aandoen. Natuurlijk is de mens is vrij een andere weg te kiezen om zo een moeilijk doel te omzeilen. Dat kan. Maar dan toch zal hij in een later stadium die stad moeten aandoen. Diep in iedereen ligt de goede route besloten. Dat is de kortste weg. Vermijdend gedrag verlengt in feite het lijden van de mens.
Voorbeeld:
Aan een vrouw wordt voorspeld dat ze op een bepaald een man zal ontmoeten die haar ten huwelijk zal vragen. Maar deze man is niet geheel eerlijk over zijn financiële positie. Daarom wordt haar geadviseerd, trouw niet met hem. De vrouw komt er achter dat de man oneerlijk was. Toch houdt ze van hem. Ze komt bij de Zeeuw. Deze zegt: hier is uw vrije wil: u kunt zeggen: ik trouw niet met je. U kunt ook besluiten het wel te doen. Maar u kunt ook zeggen: ik weet dat je niet eerlijk was over je financiële situatie. Maar beloof me dat je voortaan eerlijk zal zijn. Dan trouw ik toch met je en dan komen we er samen wel uit.
Bewonderend filosofeert de Zeeuw dat er toch wel een enorme intelligentie aanwezig moet zijn die alles uitdenkt, projecteert en waaraan alles moet gehoorzamen maar die toch ruimte schept voor eigen keuzes (de vrije wil).
Het boek
De Zeeuw beschrijft zijn zienswijze en ervaringen (zeg maar: zijn persoonlijke zoektocht) niet altijd even gemakkelijk (want daar leent het onderwerp zich ook niet voor) maar altijd boeiend. Daarbij maakt hij gebruik van een groot aantal praktijkvoorbeelden zodat de lezer op een inzichtelijke manier voetje voor voetje door de materie wordt geleid.
In de hoofdstukken 7 t/m 13 neemt hij ons mee naar de sferen, laat ons zien hoe deze in elkaar zitten, welke zielen er in welke sfeer komen en natuurlijk, hoe een mens, die streeft naar hoger sferen, zover kan komen. Op deze hoofdstukken wordt hier niet nader ingegaan. Maar lees ze vooral: het is fascinerende materie.
Opgeslagen onder Boekbesprekingen
De hieronder genoemde boeken zijn nieuw in de bibliotheek van de vereniging. Deze is voor anderen weliswaar niet toegankelijk maar wellicht hebben zij er toch wat aan. Immers veel van deze boeken zijn via internet nog volop te koop en als het onderwerp je interesseert en het je wat meezit heb je een mooi boek voor een lage prijs. Hier de beschrijvingen.
Opgeslagen onder Boekbesprekingen
Kerst. Wat Sanne betreft niets meer dan een verzameling letters. Sinds haar ouders elk contact met haar verbroken hebben, voelt ze zich rond de “feestdagen” een emotionele dweil en wordt ze verscheurd door een verlangen naar verzoening.
Haar laatste poging tot gezinshereniging was jaren geleden gestrand op de stoep bij haar ouders. Als een waakhond was haar moeder voor de deur gaan staan, haar armen demonstratief over elkaar geslagen en een granieten blik in de ogen. Sanne was als bevroren geweest; niet in staat iets te zeggen. Haar hersens waren gewoonweg in staking gegaan. Luid snuivend – alsof ze ineens heel verkouden was – had haar moeder haar vader naar binnen gedirigeerd, en was ze snel achter hem aangelopen.
Ze was er al bang voor geweest: haar moeder is een geharnast mens. In haar aderen stroomt geen bloed maar antivries. Wanneer alles niet gaat zoals zij het wil, kun je rekenen op scheldpartijen, tirades, kleineringen en treiterijen. De blauwe plakken op Sanne’s ziel zijn niet te tellen. Het liefst zou ze haar moeder in een kast opsluiten, alhoewel dat geen kerstvriendelijke gedachte is.
Haar vader is een ander verhaal. Hij kan haar naam zeggen zoals niemand anders dat kan; hij heeft er een speciale toon voor. Ook al wordt hij getiranniseerd door zijn vrouw, wanneer de prijs hoog genoeg is, zal hij een kans op hereniging niet uit de weg gaan. Als ze hem maar op de juiste plaats weet te raken…
Ze heeft gewoon een extraatje nodig om het ijs te breken. Iets waardoor haar vader het ervoor over heeft onder de rokken van zijn overheersende vrouw vandaan te komen. En je weet maar nooit: wie weet zou haar moeder er lichtelijk van ontdooien. De voordeur hoeft niet wagenwijd opengezet te worden; met een kiertje is Sanne ook tevreden.
Het had een tijdje geduurd, maar uiteindelijk had ze een goede ingeving gekregen, die bovendien nog verbazingwekkend makkelijk uit te voeren is ook.
Soms heb je een wonder nodig, en vandaag gaat ze er eentje afdwingen.
“It’s the most wonderful time of the year…” blèrt de autoradio. Sanne legt ‘m het zwijgen op, en bekijkt zichzelf in de achteruitkijkspiegel. Ze ziet er uit of ze vannacht niet naar bed is geweest. Lizzy heeft heel de nacht haar peuterlongetjes uit haar lijf gehoest, en wanneer ze niet hoestte, ging Sanne uit bed om te kijken of ze nog ademde.
Naast haar op de passagiersstoel niest haar dochter vol overgave. Geroutineerd veegt Sanne de snottebel weg met een tissue, en trekt de kerstmuts een stukje omhoog. Het meisje had er op gestaan dat ze vanochtend haar kerstmuts wilde dragen. Het ding is alleen enkele maten te groot, en zakt telkens een stukje naar beneden over haar hoofd.
Sanne parkeert de auto, maakt Lizzy los uit de stoel, en samen lopen ze hand in hand naar het bewuste huis. De lichtjes van de kerstboom glinsteren door het raam.
‘Je weet wat je moet zeggen, hè?’ vraagt Sanne een laatste keer aan haar dochtertje. Het meisje schudt zelfverzekerd en haar blonde vlechtjes wippen op en neer. Sanne drukt op de bel, zoekt dekking en wacht. Eenentwintig… tweeëntwintig… drieëntwintig… De deur gaat open. Sanne houdt haar adem in en doet een schietgebedje. Heel voorzichtig gluurt ze om het hoekje.
“Dag meneer. U bent mijn opa.’’ hoort ze Lizzy zeggen. Verbaasd en lichtelijk van slag kijkt de grootvader naar de dreumes op zijn stoep. Veel tijd om aan zijn nieuwe rol te wennen krijgt hij niet, want weldra snottert Lizzy: ‘Hatsjoe!’
Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, diept Sanne’s vader een zakdoek op, zakt door zijn knieën, en veegt de snottebel van zijn kerstverse kleindochter weg. Lizzy’s kerstmuts zakt over haar gezicht, de belletjes tinkelen vrolijk en ze giechelt van pret.
Sanne weet het zeker: haar vader wil zijn kleindochter beter leren kennen. Veel beter. Ze ziet het aan zijn ogen.
Met een gemanicuurde hand voor haar mond heeft haar moeder er al die tijd roerloos naast gestaan, haar ogen lijken vastgezogen aan het kind. Haar stilte is veelzeggend. Sanne zou er bijna een kerstgevoel van krijgen.
Mirjam Kakelbont
Opgeslagen onder Kerstverhalen
Opgeslagen onder Kerstverhalen
Opgeslagen onder Kerstverhalen
Opgeslagen onder Kerstverhalen
De schrijver
Thorwald Dethlefsen, onlangs overleden, was hoofd van het instituut voor Buitengewone Psychologie te München Hij wordt, naast wetenschappers als Kelsey en de Rochas, gezien als de pionier van de regressie- en reïncarnatietherapie. Hoewel andere bronnen het jaar 1978 noemen als het geboortejaar van de reïncarnatietherapie was Dethlefsen al in 1968 actief op dit gebied via experimenten.
Waarom die experimenten?
Eigenlijk heel simpel. Hij had patiënten die hij niet kon genezen via de toen gangbare methoden. Al snel bleek dat als hij ze onder hypnose bracht en vervolgens de geboorte opnieuw te liet beleven, hij veel van zijn patiënten alsnog kon bevrijden van angsten, trauma’s en onbegrijpelijke neigingen. Dat bracht hem op de gedachte om een stapje verder te gaan. Maar dat was niet genoeg. Hij wilde wetenschappelijke bewijs leveren voor zijn therapie.
De experimenten (1968 – 1975)
Dethlefsen begon met iemand zijn geboorte te laten beleven. Lukte dit dan ging hij verder terug in de tijd. Hij merkte daarbij dat de proefpersoon zich zijn levens herinnerde alsof het dit huidige leven betrof. Langzamerhand verfijnt hij zijn techniek zodanig dat hij wel bij iedereen een opening vindt.
Gedurende het experiment was de proefpersoon gewoon bij kennis. Achteraf herinnerde hij zich zowel de zitting zelf als de vroegere belevenissen. Ondanks het feit dat het hier ging om vorige levens, herinnerde hij zich later dus de vroegere belevenissen met hetzelfde identiteitsgevoel als men heeft als men zich iets van gisteren herinnert.
Doelgroep
Alhoewel hij het experiment ook wel op anderen uitvoerde, richtte hij zich toch met name op mensen met een traumatische herinnering.
Controle
De proefpersonen wisten vooraf niets over de aard en het doel van het onderzoek
De proefpersonen werden in diverse sessie uit een grote groep gekozen.
Elke zitting werd op film gezet zodat goed is te zien en te horen dat er geen suggestieve vragen werden gesteld.
Elke zitting werd bijgewoond door neutrale controleurs.
Fasen
Dethlefsen geeft in dit boek een uitgebreid verslag van de fasen waarin hij het experiment opbouwde. Het in slaap brengen, het trapsgewijs terugvoeren naar geboorte en vorige levens, de interviews en uiteindelijk het wakker maken, worden uitgebreid behandeld.
De reïncarnatietherapie
In dit hoofdstuk wordt uitgebreid op deze therapie ingegaan. Begrippen als diagnose, hypnose, het symbooldrama en het verschil tussen regressie en incarnatie worden duidelijk uitgelegd. Ook geeft hij veel voorbeelden van sessies. Dat maakt het boek bijzonder levendig en zorgt er voor dat de lezer bij de les blijft.
Kritiek
Zoals bij alle experimenten zijn er ook de nodige kritiekpunten op zijn werkwijze. Deze kunnen in vier onderdelen worden samengevat.
Dethlefsen benoemt ze in dit boek en weet ze geloofwaardige te pareren. In feite worden de kritiekpunten onder 1 en 2 weerlegd door de opbouw van het onderzoek door controleurs. De kritiek rond het erfelijk geheugen gaat hij te lijf o.a. door te noemen dat de patiënt in alle gevallen een individuele beleving heeft en niet die van, bijvoorbeeld, zijn ouders. De fantasiehypothese is moeilijk te weerleggen. Maar, zegt Dethefsen, alle onderzoeken wijzen op een persoonlijke herbeleving van vroegere feiten en wel met een enorme kracht waar het hele lichaam aan meedoet. Deze gaat ver uit boven welke fantasie dan ook.
Tot slot
Het boek is al enigszins gedateerd. Regressie- en reïncarnatietherapie is inmiddels al aardig ingeburgerd. Toch is het interessant om te lezen hoe en op welke manier de huidige werkwijze tot stand is gekomen.
Ook nu heb ik lang niet alle punten genoemd. Dan heeft u nog wat te ontdekken.
Opgeslagen onder Boekbesprekingen