Reageren uitgeschakeld

Opgeslagen onder Welkom

Psychometrie in ruimte en tijd – Gijsbertus van der Zeeuw

Helderziendheid in ruimte en tijd – Gijsbert van der Zeeuw

De schrijver
Gijsbert de Zeeuw (1912-1981) kwam oorspronkelijk uit de drukkerswereld. Al vroeg kwam hij er achter dat hij gaven had op het gebied van de psychometrie. Vanaf 1947 was hij ‘beroeps.’ Voorts schreef hij een aantal boeken van wie er drie in de bibliotheek zijn opgenomen.
Een van de in het oog springende feiten is dat hij (en daarmee staat hij op één lijn met Jozef Rulof) naarmate zijn inzichten vorderden, steeds meer afstand nam van de kerk, maar… niet van het geloof. Hij was een sterk voorstander van samenwerking tussen de wetenschap en het geloof (lees o.a. psychometristen).
Zijn boeken ademen gedrevenheid, kennis maar ook bescheidenheid. Hij zal niet beweren dat iets door hem is bewerkstelligd. In tegendeel: als hij met succes iemand heeft kunnen helpen, dan is dat altijd met en door de hulp van geesten die boven hem staan.Zijn integriteit wordt nog eens bevestigd door het feit dat hij sinds het begin van de zeventiger jaren weer terugkeerde naar de drukkerij omdat hij zich niet goed voelde bij het psychometreren als beroep.

Wat  krijgen we in dit boek allemaal voorgeschoteld?
De schrijver neemt ons mee op een spannende zoektocht door… onszelf en de ons omringende spirituele wereld. Hij vertelt wat hij in zijn praktijk aan situaties is tegengekomen en hoe hij deze met vallen en opstaan leerde herkennen en beheersen. Ook gaat hij uitgebreid in op de fenomenale krachten die de spirituele wereld beheersen, hoe ze werken en hoe het komt dat hij daardoor bepaalde zaken kan waarnemen. De belangrijkste vraag (naar mijn smaak): zetelt het geheugen wel als orgaan in de mens, of juist daar buiten? wordt door hem uitgebreid behandeld en… beantwoord.

Het is niet doenlijk in kort bestek alles te beschrijven. Bovendien moet u zich ook een beetje door het boek laten verrassen. Hieronder dus alleen wat aspecten uit de eerste zes hoofdstukken. Daar ligt het zwaartepunt.

Consultant versus psychometrist. Hoe werkt het?
Gedurende zijn leven beleeft de mens zijn gebeurtenissen via de zintuigen. Hij trekt zijn conclusies en bewaart deze in zijn geheugen of in zijn onderbewustzijn. Naarmate zijn leven vordert groeit dat aantal gebeurtenissen zodat de mens steeds meer ervaren wordt. De gebeurtenissen laten zich vertalen in elektrische ladingen of stralingsvelden die liggen op verschillende golflengten (trillingen).  Het geheugen is in staat deze trillingen vast te houden en ze, indien nodig naar het bewuste denken te zenden. De psychometrist kan zich op dit geheugen afstemmen. Deze afstemming gaat gemakkelijker naarmate hij bepaalde zaken zelf ook beleefd heeft. Hij zit dan op dezelfde golflengte. Is er sprake van een afstemming tussen het geheugen van de psychometrist en dat van de consultant, dan spreekt men van een ik-verbinding waarbij de psychometrist de herinnering beleeft als was deze van hemzelf. Zijn geheugen krijgt daardoor een enorme verbreding. Daarbij moet hij er voor oppassen dat hij op tijd weer loskomt van de andere ik. Een te sterke binding zou betekenen dat hij de gevoelens van de ander dan te veel overneemt. Er zou zelfs een persoonsverwisseling kunnen plaatsvinden. De psychometrist vangt overigens niet alleen de bewust beleefde- maar ook onbewust beleefde gebeurtenissen op. De consultant zal deze dan niet altijd meteen herkennen.

Werkelijk beleefde gebeurtenissen doen zich voor als scherpe filmbeelden. Dingen die niet echt gebeurd zijn (denk aan angsten) manifesteren zich als beeldloze gedachten. Toch hebben zich deze gedachten zich ergens gemanifesteerd want anders zou de psychometrist ze niet kunnen opvangen.
Het contact tussen psychometrist en consultant kan ook op afstand plaatsvinden

Waar zetelt het geheugen?
Lange tijd heeft de schrijver zich afgevraagd: als ik in verbinding ben, met wie of wat ben ik dan in verbinding. Is het de inductor (de foto, de ring etc), is het de consultant? Of is het iets anders?
Aan de hand van een aantal gevallen (waarin hij dingen ziet waarvan de consultant met geen mogelijkheid van kan weten) concludeert hij dat de inductor de capaciteit heeft om een gebeurtenis met een zekere emotionele inslag, op te slaan. De psychometrist die de inductor in handen krijgt vangt deze gebeurtenis op. Deze ontrolt zich voor hem in een flits. Het lijkt nog het meest op een snelle film.

Een voorbeeld uit het verre verleden.
Een man heeft een steen opgeraapt op vakantie in Egypte. De Zeeuw houdt de steen vast. In een flits ziet hij beelden uit de oudheid. Hij is IN een slavendrijver. Vervolgens ontwikkeld zich een situatie.
De Zeeuw concludeert hier:
De consultant kan dit nooit geweten hebben. Hij heeft alleen een steen opgeraapt. Kennelijk is het verhaal dus als het ware in de steen opgeslagen en daar bewaard. Door de steen vast te pakken krijgt hij een hedenverbinding met de (allang dode) slavendrijver. Maar staat hij nu in verbinding met  het geheugen van de steen of van die slavendrijver?
Verder redenerend concludeert hij dat herinneringen niet gebonden kunnen zijn aan een bepaald orgaan in het lichaam van een leven mens, maar dat de gebeurtenissen zich afdrukken buiten de mens en/of het voorwerp, in een bepaalde materie die lange tijd in stand blijft. De gebeurtenis wordt, zo lijkt het, vastgelegd in een onzichtbare materie die op zichzelf bestaat. Z. noemt dit het etherisch-dubbel.

De psychometrist en de vrije wil
Niet alleen het verleden maar ook de toekomst is zichtbaar voor de psychometrist. Maar als alles al vastligt, heeft de mens dan nog wel een vrije wil?  Het antwoord is (gelukkig): ja.
Het leven is als een snelweg van A (geboorte) naar B (dood). Daartussen in doet de mens vele steden aan die hij van te voren niet kent. Bepaalde steden zijn vooraf bepaald. Die moet hij hoe dan ook aandoen. Natuurlijk is de mens is vrij een andere weg te kiezen om zo een moeilijk doel te omzeilen. Dat kan. Maar dan toch zal hij in een later stadium die stad moeten aandoen. Diep in iedereen ligt de goede route besloten. Dat is de kortste weg. Vermijdend gedrag verlengt in feite het lijden van de mens.
Voorbeeld:
Aan een vrouw wordt voorspeld dat ze op een bepaald een man zal ontmoeten die haar ten huwelijk zal vragen. Maar deze man is niet geheel eerlijk over zijn financiële positie. Daarom wordt haar geadviseerd, trouw niet met hem. De vrouw komt er achter dat de man oneerlijk was. Toch houdt ze van hem. Ze komt bij de Zeeuw. Deze zegt: hier is uw vrije wil: u kunt zeggen: ik trouw niet met je. U kunt ook besluiten het wel te doen. Maar u kunt ook zeggen: ik weet dat je niet eerlijk was over je financiële situatie. Maar beloof me dat je voortaan eerlijk zal zijn. Dan trouw ik toch met je en dan komen we er samen wel uit.

Bewonderend filosofeert de Zeeuw dat er toch wel  een enorme intelligentie aanwezig moet zijn die alles uitdenkt, projecteert en waaraan alles moet gehoorzamen maar die toch ruimte schept voor eigen keuzes (de vrije wil). 

Het boek
De Zeeuw beschrijft zijn zienswijze  en ervaringen (zeg maar: zijn persoonlijke zoektocht) niet altijd even gemakkelijk (want daar leent het onderwerp zich ook niet voor) maar altijd boeiend. Daarbij maakt hij gebruik van een groot aantal praktijkvoorbeelden zodat de lezer op een inzichtelijke manier voetje voor voetje door de materie wordt geleid.

In de hoofdstukken 7 t/m 13 neemt hij ons mee naar de sferen, laat ons zien hoe deze in elkaar zitten, welke zielen er in welke sfeer komen en natuurlijk, hoe een mens, die streeft naar hoger sferen, zover kan komen. Op deze hoofdstukken wordt hier niet nader ingegaan. Maar lees ze vooral: het is fascinerende materie. 

Boek                       Helderziendheid in ruimte en tijd
Bibliotheeknr.  97
Kernwoord         Psychometrie
Schrijver             G. van der Zeeuw
Jaar                        1975
Uitgever               Ankh-Hermes
Bladzijden           229
ISBN                       90 202 47789 1

Geef een reactie

Opgeslagen onder Boekbesprekingen

13 korte boekbesprekingen

De hieronder genoemde boeken zijn nieuw in de bibliotheek van de vereniging. Deze is voor anderen weliswaar niet toegankelijk maar wellicht hebben zij er toch wat aan. Immers veel van deze boeken zijn via internet nog volop te koop en als het onderwerp je interesseert en het je wat meezit heb je een mooi boek voor een lage prijs. Hier de beschrijvingen.

  1. De schaduw van de maan: Jan de Zutter. bibl. 312
    Dit met vaart geschreven boek gaat over over moderne hekserij in Europa.
  2. Groot handboek: heksenwijsheid, geschreven door Thea, bibl. 313
    Dit boek, legt uit wat heksenkennis is, hoe magie werkt, hoe je magie kunt gebruiken in de keuken, de tuin etc. Maar ze gaat ook in op tarot, gezondheids-, succes-, beschermings- en allerlei andere rituelen. Uniek boek voor iedereen die in dit onderwerp geïnteresseerd is maar er nog niet al te veel van weet.
  3. Sonia in een notedop: Sonia. Bibliotheeknummer 314
    Een ankertje met daarin een interessant stuk over het ego. Daarna gaat ze in op onderwerpen als overgave, discipelschap en… uiteindelijk… verlossing. Dit boek is een mooi opstapje naar haar andere boeken.
  4. Mannen komen van mars, vrouwen van… John Gray. Bibl.nummer 315
    Tien tegen een dat u de titel moeiteloos kunt aanvullen. Het is een bekend boek. Wie het nooit heeft gelezen kan dat nu mooi doen. Dan weet u op het einde hoe u uw liefde levend kunt houden. Is dat niet mooi? En leden  kunnen het nog gratis te lenen ook. 
  5. Voorspellingen van Nostrodamus, Hewitt en Lorie, bibl.nummer 316
    Het leuke aan dit boek is: het gaat om voorspellingen over de periode 1992-2001. U kunt dus controleren wat er wel en wat er niet is uitgekomen. Ook wel eens aardig.
  6. De Benedictijnse verleiding: Tim van Ewijk, bibl.nummer 317
    In dit boek leert u hoe u iemand moet verleiden op spirituele wijze. Maar dat doet hij dan wel via een aantal interessante hoofdstukken (o.a enneagram, reïncarnatie, bioritme, voeding, NLP etc. Er staat ook nog een interessante literatuurlijst in. 
  7. Geluk? Daar kom ik mijn bed niet voor uit, J. Berg en T. Touber, bibl.nummer 138
    Een boek dat lessen in geluk geeft via praktische methoden. Op die manier helpen ze u ook meteen van stress, frustratie, verdriet, verslaving en teleurstellingen af.  Daarvoor in de plaats geven ze u suggesties om zelfvertrouwen te herwinnen en zo… gelukkig te blijven. Hoe vindt u dat? U kunt alvast reserveren.
  8. Het signalenboek 3, Christiane Beerlandt, bibl.nummer 319
    Voor de liefhebbers van Beerlandts andere boeken (wij hebben twee van die pillen in de bieb staan en die worden graag geleend) is hier een vervolg (op de sleutel tot zelfbevrijding). Zeer interessant voor iedereen die wel wat met zijn eigen signalen zou willen maar er misschien net niet altijd bij kan.
  9. Als mannen leren liefhebben, Wilfried Wieck, bibl.nummer 320
    Wieck is psychotherapeut en als zodanig begaan met vrouwen die worden uitgebuit. Mannen moeten leren verdriet en angst te uiten en het wezen van de vrouw niet meer ontkennen. Doet hij dat goed, dan weet hij dat een vrouw geen gebruiksvoorwerp is maar een geliefde. Hij gaat dus tamelijk ver in zijn beweringen maar dat is nodig voor de discussie. Lezen dus. Mannen ook.
  10. Een wereld van bewijzen, Hetty Michels-Lambert, bibl.knummer 321
    Dit boek gaat over wat ziek zijn is en beschrijft een aantal therapieën, o.a. de Nei-, Bach-, Rebirth-therapie, het paranormaal genezen en de werking van halfedelstenen. In het boek zijn talrijke brieven van cliënten opgenomen.
  11. Omgaan met verlies, Roger Rundqvist (Ankertjesserie), bibl.nummer 322
    In kort bestek wordt hier het verlies, de oerwond, het omgaan met verlies, het delen van verlies, de rouw, het uiten van rouw etc. besproken. Zeer nuttig boekje.
  12. Onvoorwaardelijk leven, Andrew Cohen, bibl.nummer 323
    In dit boek zet Cohen waar het in je leven om draait. Hij schrijft over verlichting, karma, volheid of leegte, vertrouwenscrises, hedendaagse spiritualiteit, het ontdekken van perspectief en het ophalen van antwoorden uit je binnenste. Zeer lezenswaardig boekje.
  13. De tarot als synthese van westers mystiek, Maureen Butter, bibl.nummer 324
    In 15 overzichtelijke hoofdstukken leert de schrijfster ons wat tarot inhoudt, wat de regels zijn, welke elementen er in zitten en hoe de kaarten te duiden. Zaken als getallenleer, Keltisch kruis, grote arcana, alternatieve manieren om kaarten te leggen, komen aan de orden. Wilt u meer weten over tarot, dan is dit boek een must.

Geef een reactie

Opgeslagen onder Boekbesprekingen

Een alledaags wonder /Mirjam Kakelbont

Kerst. Wat Sanne betreft niets meer dan een verzameling letters. Sinds haar ouders elk contact met haar verbroken hebben, voelt ze zich rond de “feestdagen” een emotionele dweil en wordt ze verscheurd door een verlangen naar verzoening.
Haar laatste poging tot gezinshereniging was jaren geleden gestrand op de stoep bij haar ouders. Als een waakhond was haar moeder voor de deur gaan staan, haar armen demonstratief over elkaar geslagen en een granieten blik in de ogen. Sanne was als bevroren geweest; niet in staat iets te zeggen. Haar hersens waren gewoonweg in staking gegaan. Luid snuivend – alsof ze ineens heel verkouden was – had haar moeder haar vader naar binnen gedirigeerd, en was ze snel achter hem aangelopen.

Ze was er al bang voor geweest: haar moeder is een geharnast mens. In haar aderen stroomt geen bloed maar antivries. Wanneer alles niet gaat zoals zij het wil, kun je rekenen op scheldpartijen, tirades, kleineringen en treiterijen. De blauwe plakken op Sanne’s ziel zijn niet te tellen. Het liefst zou ze haar moeder in een kast opsluiten, alhoewel dat geen kerstvriendelijke gedachte is.

Haar vader is een ander verhaal. Hij kan haar naam zeggen zoals niemand anders dat kan; hij  heeft  er een speciale toon voor. Ook al wordt hij getiranniseerd door zijn vrouw, wanneer de prijs hoog genoeg is, zal hij een kans op hereniging niet uit de weg gaan. Als ze hem maar op de juiste plaats weet te raken…
Ze heeft gewoon een extraatje nodig om het ijs te breken. Iets waardoor haar vader het ervoor over heeft onder de rokken van zijn overheersende vrouw vandaan te komen. En je weet maar nooit: wie weet zou haar moeder er lichtelijk van ontdooien. De voordeur hoeft niet wagenwijd opengezet te worden; met een kiertje is Sanne ook tevreden.

Het had een tijdje geduurd, maar uiteindelijk had ze een goede ingeving gekregen, die bovendien nog  verbazingwekkend makkelijk uit te voeren is ook.
Soms heb je een wonder nodig, en vandaag gaat ze er eentje afdwingen.

“It’s the most wonderful  time of the year…” blèrt de autoradio. Sanne legt ‘m het zwijgen op, en bekijkt zichzelf in de achteruitkijkspiegel. Ze ziet er uit of ze vannacht niet naar bed is geweest. Lizzy heeft heel de nacht haar peuterlongetjes uit haar lijf gehoest, en wanneer ze niet hoestte, ging Sanne uit bed om te kijken of ze nog ademde.

Naast haar op de passagiersstoel niest haar dochter vol overgave. Geroutineerd veegt Sanne de snottebel weg met een tissue, en trekt de kerstmuts een stukje omhoog. Het meisje had er op gestaan dat ze vanochtend haar kerstmuts wilde dragen. Het ding is alleen enkele maten te groot, en zakt telkens een stukje naar beneden over haar hoofd.

Sanne  parkeert de auto, maakt Lizzy los uit de stoel, en samen lopen ze hand in hand naar het bewuste huis. De lichtjes van de kerstboom glinsteren door het raam.
‘Je weet wat je moet zeggen, hè?’ vraagt Sanne een laatste keer aan haar dochtertje. Het meisje schudt zelfverzekerd en haar blonde vlechtjes wippen op en neer. Sanne drukt op de bel, zoekt dekking en wacht. Eenentwintig… tweeëntwintig… drieëntwintig… De deur gaat open. Sanne houdt haar adem in en doet een schietgebedje. Heel voorzichtig gluurt ze om het hoekje.

“Dag meneer. U bent mijn opa.’’ hoort ze Lizzy zeggen. Verbaasd en lichtelijk van slag kijkt de grootvader naar de dreumes op zijn stoep. Veel tijd om aan zijn nieuwe rol te wennen krijgt hij niet, want weldra snottert Lizzy: ‘Hatsjoe!’
Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, diept Sanne’s vader een zakdoek op, zakt door zijn knieën, en veegt de snottebel van zijn kerstverse kleindochter weg. Lizzy’s kerstmuts zakt over haar gezicht, de belletjes tinkelen vrolijk en ze giechelt van pret.

Sanne weet het zeker: haar vader wil zijn kleindochter beter leren kennen. Veel beter. Ze ziet het aan zijn ogen.

Met een gemanicuurde hand voor haar mond heeft haar moeder er al die tijd roerloos naast gestaan, haar ogen lijken vastgezogen aan het kind. Haar stilte is veelzeggend. Sanne zou er bijna een kerstgevoel van krijgen.

Mirjam Kakelbont

7 reacties

Opgeslagen onder Kerstverhalen

Kerstavond / Joop Schouten

Het is stil op straat. Een enkeling haast zich naar huis, naar de warme kachel. Wolken die niet veel goeds voorspellen pakken zich samen tot één grijze deken.
Een winkelwagen baant zich een weg door de dunne laag sneeuw die al gevallen is. Voor de persoon die er achter loopt is het te hopen dat er niet meer gaat vallen, want dan is er geen doorkomen meer aan. De wagen is vol, maar of de onduidelijke waar ook zwaar is, is niet te zien.

De man kijkt stuurs voor zich uit. Zijn gezicht staat op onweer en onwillekeurig is bij tijd en wijle een snik te horen.  Had hij nu maar niet zo bot gereageerd, toen vrouwlief hem sommeerde de kerstboom neer te zetten en op te tuigen. Door de ramen van de huizen waar hij langs loopt ziet hij de versierde bomen met hun vrolijke lichtjes. Het is alsof ze expres bij het raam gezet waren om hem te laten zien hoe het ook had gekund. Maar nu was er geen weg terug. Het was zoals het was en teruggaan was er niet meer bij. Het was ook niet de eerste keer dat de ruzie bijna slaags werd. Hij kon niet meer instaan voor zichzelf. Dan nog liever op eigen benen, zoals hij het voor zichzelf noemt.

Er moet wel een plek gezocht worden voor de nacht. Of er veel van slapen zou komen daar denkt hij niet eens over na. Wat beschutting voor de nacht is zeker nodig.

Na een tijd zo gemijmerd te hebben, terwijl hij voort gaat zonder te weten waar naar toe, ziet hij vóór zich op nog geen honderd meter de brug, waar hij ontelbare keren over heen gereden moet zijn. Hij ziet die brug nu met heel andere ogen. Zou het daaronder uit te houden zijn in deze winderige, natte nacht? Hij zet zich in de richting van de brug en na wat halsbrekende toeren komt hij er onder met zijn winkelwagen. Zonder zijn spullen is hij nergens!

Het lijkt er op dat hij niet de eerste is die gebruik maakt van deze plek. Schuin vóór de hoek hangt een stuk gordijn, van waarachter een onderdrukt gekreun te horen is. Het lijkt een vrouwelijk gekreun, waar hij na de perikelen van de laatste tijd zeker niet op zit te wachten. Ondanks zichzelf vraagt hij haar door het gordijn heen of hij misschien een beetje moet helpen. Zijn manier van vragen is voor haar niet erg hoopgevend. Toch zegt ze in haar wanhoop: “Misschien”.

“Mag ik dan binnen komen?” Hij trekt het gordijn voorzichtig wat opzij. In het duister kan hij alleen haar gestalte enigszins onderscheiden. Ze lijkt jong en ligt half onder een deken, die ze te hoog had opgetrokken.

“Wat is er met je?” vraagt hij onzeker. Ze zegt niets maar antwoordt met een zachte kreun, terwijl ze met haar lichaam kronkelt. Hij meent de symptomen te herkennen en vraagt: ”Komt je kindje?” Omdat deze vraag haar wat vertrouwen gaf, kon ze benepen: “Ja” zeggen.

Nu was het zijn beurt om zich onzeker te voelen. “Zal ik hulp halen?” probeert hij zijn moed bijeen te rapen. “Je laat mij toch niet alleen?”, was zij weer onzeker. Hij knielt bij haar neer en begint eerst onwennig maar allengs met wat meer overtuiging haar te strelen. Ineens zijn ze samen aan het bevallen. De weeën komen steeds sneller na elkaar en alsof het zijn dagelijks werk is helpt hij haar. Het is dan ook niet voor het eerst dat hij een vrouw ermee helpt, alleen was het toen in andere omstandigheden en onder leiding van de vroedvrouw.

Natuurlijk overvalt hun beide een bijzonder warm en gelukzalig gevoel terwijl hij het kindje onder de kleding van de moeder legt. “Je hebt een jongentje” zegt hij bewonderend en nadat hij haar een kus op haar voorhoofd heeft gegeven mocht hij weg om hulp te halen. Voorbijgangers schreeuwt hij toe dat er een kindje is geboren en dat er nog hulp nodig is. Het kan allemaal geen toeval meer zijn dat er een arts bij is die het prachtig vindt met hem mee te gaan. Ook anderen die er van horen gaan mee om de jonge moeder geluk te wensen.

Volgens de dokter was het een mooie gezonde jongen, maar zal dat genoeg zijn voor hem om een gezonde mooie man te worden omdat hij in deze benarde omstandigheden geboren is?

Joop Schouten
December 2012

3 reacties

Opgeslagen onder Kerstverhalen

Kerst / Anita Beemsterboer

Deze tijd gaan mijn gedachten terug naar Israël, waar ik met een studiereis heen was eind maart/begin april 1973. De eerste week sliepen we in Bethlehem en de tweede week in Tiberias aan het meer van Galilea. Overdag was het warm, ’s avonds vrij koud.
Op een gegeven moment kwamen we terecht  in de velden van Ephrata in de buurt van Bethlehem. Begroeide heuvels, opgravingen, gras en stenen. Er was een grot, daar zouden we in gaan kijken.
Onze leider, Sidney Wilson, een Schotse dominee, regelde de betaling voor de entree. Het was overdag, dus licht. De grot werd bewaakt door een grote Arabier met een groot zwaard! Binnen stonden houten banken, daar was het schemer tot donker. We gingen zitten. Een jonge man uit Zaandam, die zijn gitaar mee had, speelde kerstliederen en we zongen mee. Ja, daar in die grot vierden we Kerst en wel begin april 1973.Het was indrukwekkend en anders dan anders.

We bezochten ook de geboortekerk in Bethlehem, waar de overlevering van zegt, dat Jezus daar geboren is. Je moet bukken om de kerk in te komen, een les in nederigheid. Achterin, links een trap af kwamen we in een lager gedeelte. Het zag er mooi, gewijd en netjes uit. Vóór ons zagen we een STER met vele punten, ingelegd in de vloer van een grote nis. Het waren zachte kleuren steen. Er hing een bijzondere sfeer. Een man kwam aanlopen direct naar deze plek en kuste die plek en ster. Toen verdween hij weer.

In Jeruzalem bezochten we de graftuin, waar JEZUS in het graf heeft gelegen. De rand waarachter de steen rolde, was er nog. Bijzonder vooral om er in te staan. Achterin die tuin waren een paar treetjes. Vandaar keek je zo op de rots Golgotha, waar JEZUS’ kruis bovenop stond. Het kwam allemaal érg dichtbij!

Vreemde tegenstelling: tegenover die historie, beneden was een modern busstation in gebruik met die plekken op de grond.

Ten oosten van Jeruzalem bezochten we de Olijfberg met uitzicht op de stad. In de voortuin van een jonge man, die op de berg woonde kregen we erg sterke koffie, Turkse koffie. De loopgraven van de zesdaagse oorlog waren er nog op een paar meter afstand. We liepen er zelfs dóór!

Vanaf deze berg voer JEZUS ten hemel. Eindelijk werd hij verhoogd!

De reis duurde 14 dagen. Merkwaardigerwijs wilde niemand terug naar Nederland. We hadden het naar onze zin!

Het gaf meer dan welke reis ooit. We hadden de essentie van het bestaan meegemaakt: JEZUS’ geboorte en aankondiging , Zijn lijden en sterven en Zijn hemelvaart. Het was vol en verzadigend. Levenslang konden we hierop teren. Alles was rond!

Dit alles zit opgeborgen in mijn hart.

Hier in het Westen is nu de kerstsfeer met boom, ballen en lekker eten, maar voorgoed heb ik deelgehad aan de essentie: God’s gift: JEZUS voor ons, zodat wij voor altijd bij Hem kunnen horen.

JEZUS heeft ook nog altijd betekenis voor ons. Wat weinig mensen weten, is dat wij hier in het Westen, ook in Nederland, nog nazaten zijn van het echte oude Israël. Door de Assyrische koning werden Israëlieten weggevoerd uit Palestina naar het zuidwesten van de Kaspische Zee. Ze werden later verspreid over het noorden en westen van Europa. Dit waren de migraties van de stammen van Israël.

God is niet een vreemde God. Hij is onze eigen God van vroeger! Bij Hem is wijsheid inzicht en toekomst.

Jesaja 8 vers 23 tot en met 9 vers b vermeldt:

DE GEBOORTE VAN DE MESSIAS.

In Jesaja 9 vers 5 staat:

“Want een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem:

Wonderbare raadsman

Sterke God

Eeuwige vader

Vredevorst

Anita C. Beemsterboer
December 2012.     

1 reactie

Opgeslagen onder Kerstverhalen

De zilveren klokjes / Willem Rol

De oude man keek op zijn zakhorloge. Het was laat. Stram beende hij naar de halte. Net voor hij deze bereikte reed de tram voor zijn neus weg. Hij gromde binnensmonds en spuugde nijdig op de grond.

De vrouw zuchtte. Wat was die boodschappentas zwaar. Ik ben net gek om zoveel in huis te halen, dacht ze somber. Want haar zoon had gezegd: ‘misschien.’ De ervaring leerde dat hij dan niet- of maar heel even kwam. Maar ja, je zal het altijd zien, dacht ze, dan koop je minder en dan krijg je toch bezoek. Hijgend bereikte ze de tramhalte.

Waarom moest hij nou net zijn spullen kwijtraken terwijl zijn werkzaamheden op zijn drukst waren. Onzeker voelde hij in zijn zak. Vijftig cent. Was dat genoeg om het hotel te bereiken? Ineens voelde hij zich duizelig en wankelde.
‘Voelt u zich niet goed?’ Bezorgd greep de vrouw de oude man bij zijn arm.
‘Het gaat al weer,’ mompelde hij en probeerde rechtop te staan.
‘Leunt u maar op mij,’ sprak ze vriendelijk, kijk de tram komt, ik help u wel even.’ Moeizaam hielp ze hem de treeplank op,  pakte de zware boodschappentas en stapte de tram in.

‘Zeg, met vijftig cent kom je niet thuis, heb je geen chipkaart ouwe?’ kauwde de conducteur ongeïnteresseerd en stuurde de tram geroutineerd de bocht om. De oude man keek hulpeloos naar het kennelijk gedevalueerde muntstuk. ‘Wacht,’ zei de vrouw, ‘ík heb wel geld.’ ‘Waar moet u heen?’ De oude man slikte: ‘ik weet het niet meer, ik ben een beetje de kluts kwijt,’ stamelde hij.

Ze zaten aan de kleine keukentafel en dronken hun dampende drank.
‘Zo, dat hebben we wel verdiend,’ zei de vrouw opgewekt. ‘Handig hè, als je zoveel in huis hebt? U knapt zowaar al wat op. Net leek u wel een dooie, zo wit, maar nu begint u werkelijk een beetje bij te kleuren?’
De oude man knikte. ‘inderdaad.’ U bent werkelijk heel vriendelijk om mij zo maar naar huis te nemen en mij op chocolademelk te trakteren. ‘Ach, kon ik het u maar vergoeden, maar ik heb momenteel…’
‘Geen denken aan, niks vergoeden. Kom zeg, dat beetje geld. Ik ben blij dat ik u kon helpen. Ach, als ik wat zou wensen dan is het dat mijn zoon wat meer tijd voor me heeft en weer eens een hele kerstdag bij me komt zodat ik lekker voor hem kan koken. En dat hij niet meteen weer weg moet vanwege de drukte. Dat het weer eens zo gezellig is als vroeger. Maar ja, zulke dingen zijn niet te koop met geld.’

De oude keek haar peinzend aan en streek met de hand door zijn baard. ‘Nee,’  zei hij, ‘dat is waar.’ De wereld lijkt steeds vluchtiger te worden. ‘Hoe heet uw zoon?’
‘Hendrik, net als zijn vader,’  zei de vrouw trots. ‘Hij woont in Amsterdam-Zuidoost en hij is reuze goed met computers. Maar ja, altijd druk hè.’
De oude man glimlachte. ‘Tja,’ zei hij. Misschien dat de kerstklokjes nog iets bij hem losmaken. Maar goed, ik moet weer eens gaan. Ik weet het alweer, Hotel Aquilo, dat was de naam. Wat een tref dat het hier twee straten achter ligt.’
‘Ja, lachte de vrouw,  ’Alsof het zo moest zijn.’ Ze hielp hem in zijn jas en bracht hem naar de deur. ‘Nou dag,’ zei ze onhandig. De oude man reikte haar de hand. ’Ik zal uw gastvrijheid nooit vergeten,’ zei hij vriendelijk. Nog een zwaai en toen was hij weg.

Een paar dagen later kreeg ze telefoon. ‘Hallo Mam, Hendrik hier, wat zou je er van zeggen als ik de hele kerst gezellig bij je kom? Ik neem een paar leuke DVD’s mee en ik kan haast niet wachten op je warme chocolademelk.
Haar hart sloeg drie keer over van geluk. Dit werd de mooiste kerst ooit.

Die eerste kerstdag gaf haar zoon haar een pakje. ‘Wat leuk,’ zei ze blij. ‘Niet van mij,’ antwoordde hij,’  ik vond het in mijn brievenbus. Waarschijnlijk een reclame-uiting van een bedrijf. Maar ze zijn zo leuk, kijk!’ Uit het pakje kwamen twee minuscule, zilverkleurige klokjes tevoorschijn. Ze rinkelden met een hoog, ijl geluid. ‘Ze zijn prachtig,’  zei ze peinzend en keek naar het donkere raam waarachter witte vlokjes dwarrelden.

Op de hotelkamer zat de oude man en glimlachte.

Willem Rol
December 2012

3 reacties

Opgeslagen onder Kerstverhalen

Terug naar vorige levens, Thorwald Dethlefsen

De schrijver
Thorwald Dethlefsen, onlangs overleden, was hoofd van het instituut voor Buitengewone Psychologie te München Hij wordt, naast wetenschappers als Kelsey en de Rochas, gezien als de pionier van de regressie- en reïncarnatietherapie. Hoewel andere bronnen het jaar 1978 noemen als het geboortejaar van de reïncarnatietherapie was Dethlefsen al in 1968 actief op dit gebied via experimenten.

Waarom die experimenten?
Eigenlijk heel simpel. Hij had patiënten die hij niet kon genezen via de toen gangbare methoden. Al snel bleek dat als hij ze onder hypnose bracht en vervolgens de geboorte opnieuw te liet beleven, hij veel van zijn patiënten alsnog kon bevrijden van angsten, trauma’s en onbegrijpelijke neigingen. Dat bracht hem op de gedachte om een stapje verder te gaan. Maar dat was niet genoeg. Hij wilde wetenschappelijke bewijs leveren voor zijn therapie.

De experimenten (1968 – 1975)
Dethlefsen begon met iemand zijn geboorte te laten beleven. Lukte dit dan ging hij verder terug in de tijd. Hij merkte daarbij dat de proefpersoon zich zijn levens herinnerde alsof het dit huidige leven betrof. Langzamerhand verfijnt hij zijn techniek zodanig dat hij wel bij iedereen een opening vindt.

Gedurende het experiment was de proefpersoon gewoon bij kennis. Achteraf herinnerde hij zich zowel de zitting zelf als de vroegere belevenissen. Ondanks het feit dat het hier ging om vorige levens, herinnerde hij zich later dus de vroegere belevenissen met hetzelfde identiteitsgevoel als men heeft als men zich iets van gisteren herinnert.

Doelgroep
Alhoewel hij het experiment ook wel op anderen uitvoerde, richtte hij zich toch met name op mensen met een traumatische herinnering.

Controle
De proefpersonen wisten vooraf niets over de aard en het doel van het onderzoek
De proefpersonen werden in diverse sessie uit een grote groep gekozen.
Elke zitting werd op film gezet zodat goed is te zien en te horen dat er geen suggestieve vragen werden gesteld.
Elke zitting werd bijgewoond door neutrale controleurs.

Fasen
Dethlefsen geeft in dit boek een uitgebreid verslag van de fasen waarin hij het experiment opbouwde. Het in slaap brengen, het trapsgewijs terugvoeren naar geboorte en vorige levens, de interviews en uiteindelijk het wakker maken, worden uitgebreid behandeld.

De reïncarnatietherapie
In dit hoofdstuk wordt uitgebreid op deze therapie ingegaan. Begrippen als diagnose, hypnose, het symbooldrama en het verschil tussen regressie en incarnatie worden duidelijk uitgelegd. Ook geeft hij veel voorbeelden van sessies. Dat maakt het boek bijzonder levendig en zorgt er voor dat de lezer bij de les blijft.

Kritiek
Zoals bij alle experimenten zijn er ook de nodige kritiekpunten op zijn werkwijze. Deze kunnen in vier onderdelen worden samengevat.

  1. De suggestiehypothese (in de vraagstelling word het antwoord al gesuggereerd).
  2. Opdringen van het antwoord via telepathie.
  3. Het erfelijk geheugen. Ervaringen van voorouders worden genetisch doorgegeven. Elk mens heeft een enorme historische databank in zich verzameld.
  4. Fantasie hypothese.

Dethlefsen benoemt ze in dit boek en weet ze geloofwaardige te pareren. In feite worden de kritiekpunten onder 1 en 2 weerlegd door de opbouw van het onderzoek door controleurs. De kritiek rond het erfelijk geheugen gaat hij te lijf o.a. door te noemen dat de patiënt in alle gevallen een individuele beleving heeft en niet die van, bijvoorbeeld, zijn ouders. De fantasiehypothese is moeilijk te weerleggen. Maar, zegt Dethefsen, alle onderzoeken wijzen op een persoonlijke herbeleving van vroegere feiten en wel met een enorme kracht waar het hele lichaam aan meedoet. Deze gaat ver uit boven welke fantasie dan ook.

Tot slot
Het boek is al enigszins gedateerd. Regressie- en reïncarnatietherapie is inmiddels al aardig ingeburgerd. Toch is het interessant om te lezen hoe en op welke manier de huidige werkwijze tot stand is gekomen.

Ook nu heb ik lang niet alle punten genoemd. Dan heeft u nog wat te ontdekken.

Titel                     Terug naar vorige levens
Auteur                Thorwald Dethlefsen
Jaar                     1976
Ned. Vertaling 1993
Uitgever             Ankh Hermes bv Deventer
ISBN                    90-202-5471-5
 

1 reactie

Opgeslagen onder Boekbesprekingen